Ons wijkbehoud
Terbregge Rechter Rottekade 31.jpg
Agenda

 

16 mei 2012 Algemene Ledenvergadering. Thema: Oorlog in de wijk

21 november 2012 Openbare bijeenkomst (waar we ons 35-jarig bestaan gaan vieren).

8 september 2012 Open Monumentendag : thema "Groen van toen". 



Login



Nieuws uit Hillegersberg
Hoofdmenu Commissies VSW Studie en inventarisatie Wandeling Pr Beatrixplantsoen


postheadericon Wandeling Pr Beatrixplantsoen

Het Prinses Beatrixplantsoen.

Het plantsoen kreeg die naam in 1939, maar verloor die weer tijdens de Duitse bezetting. De Duitsers verboden het straten te vernoemen naar levende personen van het Koninklijk Huis en zo werd dus het plantsoen naamloos tijdens de WOII.

De vetgedrukte nummers in de tekst zijn de huisnummers aan het Prinses Beatrixplantsoen.

 

 

31

Het gaat hier om de villa, gebouwd in de periode 1956-1957 in opdracht en naar ontwerp van de Rotterdamse architect Bas Tol. Tol heeft in Hillegersberg en omgeving meerdere gebouwen gerealiseerd, onder andere in de woonwijk 110-morgen. Dit huis is gebouwd als eigen woonhuis van de architect. In de periode 1975-1977 heeft hij een vleugel bijgebouwd met daarin het zwembad. In de tuin rondom het pand zijn meerdere metalen beeldhouwwerken geplaatst. Het beeld Totempaal in de tuin is van Piet Segers.

hsr_31

Voor de liefhebbers volgt dan hier de architectonische omschrijving.

De villa is opgebouwd uit een rechthoekig, twee bouwlagen tellend hoofdvolume van ongeveer 7 bij 18,50 meter, dat wordt afgesloten door een plat dak. Aan de noordoostzijde van dit hoofdvolume is een haakvormige zijvleugel van één bouwlaag. Het hoofdvolume bevat aan de noordwestzijde op de eerste verdieping de hoofdingang met buiten de gevel een trap en portiek en inpandig een hal. Achter en ter linkerzijde van de hal zijn dienstvertrekken als een toilet, meterkast, vaste kast, berging en keuken gesitueerd. Achter en ter rechterzijde van de hal liggen een woonkamer en binnentrap. Aan de zuidoostzijde en zuidwestzijde is over de hele breedte van de gevel een balkon. Op de begane grond is een gang met binnentrap aan de noordwestzijde. Ter linkerzijde zijn een douche, toilet en berging. Aan de zuidoostzijde en zuidwestzijde zijn over de hele gevelbreedte slaapkamers en een balkon. De kelderverdieping, voor een deel boven het maaiveld uitstekend, heeft aan de noordwestgevel een binnentrap en in de noordoostzijde een deur naar de gang van de haakvormige zijvleugel. Ter linkerzijde van deze deur is een buitendeur, er tegenover zijn fietsenberging met eigen toegang, toilet, ruimte voor centrale verwarming en twee kleedruimtes gesitueerd, ter rechterzijde is een speelruimte. In een dwarslid aan de zuidoostzijde is een zwembad gesitueerd, met een voetbad en een centraal gelegen bassin.

 

In de gevels van het hoofdvolume is een onderscheid gemaakt tussen de open zuidwestgevel en zuidoostgevel, die van veel glas zijn voorzien en georiënteerd zijn op het plantsoen, de Bergse Voorplas en de bezonning, en de meer gesloten gevels aan de noordwestzijde en noordoostzijde, waar belendende kavels zijn gesitueerd. Tevens is een driedeling gemaakt door middel van een witgeschilderde betonnen rand, die de contour vormt van de vloer van de begane grond, de vloer van de verdieping en van de dakplaat. De muurvelden van de twee gesloten gevels bestaan uit crèmekleurige halfsteens gemetselde bakstenen. De vensters van de twee open gevels bestaan uit zoveel mogelijk van vloer tot plafond doorgetrokken kozijnen, hier en daar voorzien van deuren met bovenlichten, die aan weerszijde van elkaar worden gescheiden door wigvormige gewapend betonnen kolommen. Vrijwel alle houten deuren zijn transparant gelakt, draaiende vensters zijn wit geschilderd, en vaste kozijnen zijn zwart.

De noordwestgevel wordt gedomineerd door de trap en de portiek met de hoofdentree. De trap bestaat uit dwars op de gevel geplaatste gewapend betonnen traptreden zonder stootbord, met ter hoogte van de vloer van de begane grond en de eerste verdieping een klein bordes. De trapleuning wordt gevormd door rechte metalen stijlen en een doorlopende buisvormige handrailing. De portiek is een omgevouwen liggende U-vormige betonnen plaat, die naar de noordwestzijde en richting traptreden geheel open is, en aan een zijkant is voorzien van een dubbele deur in houten kozijnen en twee bovenlichten die van veel glas zijn voorzien. Het beton van de portiek en het bordes halverwege de trap is in een opvallende, groene kleur geschilderd, met uitzondering van het loopvlak, dat met dezelfde grintlaag is afgewerkt als de traptreden. Ter linkerzijde en rechterzijde van de portiek zijn in totaal vijf vensters. Rechts is een groot venster dat ongeveer 15 centimeter buiten het baksteen gevelvlak steekt, een zogenaamd televisievenster. Links zijn vier vierkante vensters, waarvan het kozijn juist teruggelegd in de muur is geplaatst. Rechtsonder tegen deze gevel is een reliëf (beeldende kunst) aangebracht.

De noordoostgevel heeft zowel op de begane grond als op de verdieping aan de rechter bovenzijde twee kleine vensters waarvan het kozijn teruggelegd in de muur is geplaatst.

 

Zoals vrijwel alle woonhuizen van de eerste generatie aan het plantsoen heeft ook dit pand de woonkamer op de hoogste verdieping. Bedoeling was natuurlijk dat je vanuit de woonkamer zicht had op de Bergse Voorplas. Zoals ook alle andere huizen die we zullen bekijken is ook dit huis niet aan verbouwingsdrift ontkomen: op de bovenste verdieping bevond zich een loggia als lichtkoepel, maar die is helaas dichtgezet. Het huis wordt overigens nog steeds bewoond door mevrouw Tol die het huis met veel zorg en liefde bewoont.

Opvallend aan de zijgevel die de open buitentrap die wel karakteristiek is voor de wederopbouwarchitectuur, een dergelijke trap komen we ook tegen bij het pand nr. 27.

Misschien zijn de architecten voor zo’n trap wel geïnspireerd geraakt door Le Corbusier. Bij sommige van zijn villa’s, zoals de zgn. Citrohan villa’s, ontworpen in de twintiger jaren is exact dezelfde buitentrap terug te vinden.

Overigens is deze villa, tezamen met de vier andere villa’s die we zo gaan bekijken, een tiental jaren geleden aangewezen als gemeentelijk monument. Omdat deze monumentenstatus de bewoners uitsluitend beperkingen heeft opgelegd, maar geen enkel voordeel bood, is een  procedure aangespannen. Die heeft 6 jaar geduurd, maar helaas geen resultaat gehad, behalve voor pand nr. 27, waarvoor de monumentenstatus is doorgehaald.

30

Dan kijken we naar het pand nr. 30 ernaast, dat weliswaar heel fraai oogt, maar vanuit architectonisch oogpunt van minder belang is. De huidige bewoners hebben het exterieur in stand gelaten, maar het interieur prachtig verbouwd.

29

Het daarnaast gelegen pand is eveneens ontworpen door Bas Tol, maar een aantal jaren geleden volledig verbouwd, zodat hooguit alleen de grondvorm van het huis nog te herkennen is. Er is ook een glazen verdieping bovenop gezet, die tot nogal wat commotie van de omwonenden aanleiding heeft gegeven. Van binnen is het ook op een fascinerende wijze verbouwd en voldoet het aan de meest moderne eisen.

28

Het daarnaast gelegen grote huis is rond 1976 gebouwd op de plaats van een veel kleiner huis van de eerste generatie. Degene die tot bouw van het pand opdracht heeft gegeven, heeft er nooit gewoond, maar het vervolgens heeft doorverkocht aan de vleeshandelaar De Kroes. Paar jaar geleden is het huis verbouwd en uitgebreid. Afgezien van het feit dat de ontwerper van het huis zich kennelijk heeft laten inspireren door antroposofische ideeën getuige de afwezigheid van rechte hoeken, is het huis verder architectonisch niet zo interessant.

27

Het links daarvan gelegen veel kleinere pand nr. 27 is ontworpen door de architect Ernest Groosman, die als grondlegger van het bureau Groosman en partners, nauw betrokken is geweest bij de wederopbouw van Rotterdam. hsr_27Het ontwerp was een vriendendienst voor de opdrachtgever Tiggelman, één van de toenmalige directeuren van Dura, die in ruil daarvoor een project in Parijs aan Groosman te vergeven had.

Het huis is gebouwd in 1959 en het exterieur heeft een volledig ander gezicht gekregen door de aanbouw die in 1990 is geplaatst. Mede daarom is de monumentenstatus van het pand komen te vervallen. Van het oorspronkelijke interieur is weinig meer te herkennen, bovendien zal het huis binnenkort wederom grondig worden verbouwd en aan de achterzijde worden uitgebreid.

 

Wederom voor de liefhebbers een gedeelte uit de architectonische typering:

De woning is opgebouwd uit een vrijwel vierkant, tweebouwlagen tellend hoofdvolume van ongeveer 12 bij 12 meter. De voorgevel aan de zuidwestzijde is open ontworpen met grote vensters die uitzicht bieden op het plantsoen en de plas. De metalen balkconstructie die tegen het hoofdvolume is aangebouwd en die op de begane grond is dichtgezet,  is in 1990 toegevoegd  en verzwakt het oorspronkelijke ontwerp in aanzienlijke mate.

De hoofdentree bevindt zich aan de noordwestzijde van de woning op de verdieping. Deze entree is te bereiken via een buitentrap die leidt naar een toegangsportaal aan de buitenzijde.

In de hoofdopzet van  de buitengevels is een onderscheid gemaakt tussen gesloten muurdelen van lichte verblendsteen die ongeleed over twee verdiepingen doorlopen. De muurvelden worden aan de bovenzijde afgesloten door een smalle rand van zwart geglazuurde gebakken steen, aan de onderzijde door een band die met zwarte koolteer is bestreken.

Het ontwerp voor deze woning is voorts opgebouwd vanuit een asymmetrische gevelindeling met open en gesloten vlakken, waardoor een dynamische ruimtewerking ontstaat. Deze compositie, die wel wordt vergeleken met molenwieken, is een bijzondere exponent binnen de architectuur van de wederopbouw.

 

Voormalig 26, thans Jeroen Boschlaan 69

Links van dit huis – op de hoek van de Jeroen Boschlaan, ziet u een woonhuis van de tweede generatie, neergezet in 1990. Architectonisch gezien van geen belang.

 

25

Het witte huis op de andere hoek van de Jeroen Boschlaan is samenstel van bouwsels geworden, waarin het oorspronkelijke huis amper nog te herkennen is.

 

 

We komen nu aan bij de smalle brug.

Daaraan is een aardig verhaal verbonden en – hoewel de Hillegersbergers onder u het verhaal wel zullen kenen – wil ik u het toch niet onthouden.

Tot de winter van 1944/45 lag iets verder richting dorp een brug maar – u voelt het al – deze viel aan de zaaglust van de omwonenden ten prooi om nog voor enige warmte te kunnen zorgen. Sindsdien: geen brug. Tot op een goede dag eind zestiger jaren de weduwe Molle – die in het witte huisje tegenover de huidige brug woonde, 100 jaar werd. Zij werd door burgemeester  Thomassen met een bezoek vereerd, die haar vroeg met welk verjaarsgeschenk de gemeente haar zou kunnen verblijden. De weduwe Molle was zo gek nog niet en zei: een eigen brug, want nu moet ik helemaal omlopen. Impulsief als Thomassen was heeft hij die gewoonweg toegezegd. Ook het volgend jaar is Thomassen op verjaarsvisite geweest en heeft zij een leunstoel van hem gekregen, een volgende verjaardag mocht zij helaas niet meer beleven.

Het witte huisje en de overige huisjes behoorden overigens oorspronkelijk bij de papiermolen ’t Lam die hier tot 1882 heeft gestaan en in dat jaar afbrandde. Nog steeds zouden de fundamenten van de molen en van de schuren waarin het papier te drogen heeft gehangen, terug te vinden zijn.

Dit was trouwens niet de enige molen langs de Strekvaart. Zo’n tweehonderd meter verder dorpwaarts heeft molen De Vriendschap gestaan die ook in 1882 is afgebrand.

 

24

Het architectonisch meest interessante huis ziet u nu recht voor u, het huis nr. 24.

Deze vrijstaande villa is gebouwd in de periode 1955-1956 in opdracht van J.G.L. Uitenbroek, naar ontwerp van de Rotterdamse architect H.P.C. Haan. De invloed van Gerit Rietveld is duidelijk.

hsr_24Herman Haan was een heel bijzondere man. Haan was geen architect, maar meer kunstenaar en volkenkundige en in de eerste plaats een avonturier. Dat maakt hem ook zo fascinerend. Jaren verbleef hij in Afrika. De man onderzocht op een gegeven moment een compleet grottenstelsel in Afrika. De nederzettingen van het Telem-volk in Mali. Haan werd in metalen kogel neergelaten langs een rotswand, met een televisieploeg erbij die alles filmde. 1964: de eerste reality soap. Nederland keek elke vrijdagavond mee wat Haan nu weer had ontdekt in deze verticale stad. Het meeste van zijn architectonische werk is te vinden op de campus Drienerlo van de universiteit van Enschede, waarvoor  Haan diverse ontwerpen heeft gemaakt.

Zijn  langdurig verblijf in Afrika heeft Haan geïnspireerd. Het woonhuis voor hem zelf in Kralingen, inmiddels hopeloos door nieuwe bewoners verbouwd, geldt als een soort ikoon van de naoorlogse architectuur. Het heeft een open vormgeving, met veel glas en binnenruimtes die in elkaar overlopen. De gesloten ruimtes- slaapkamers- zijn met opzet zo klein mogelijk gehouden. Het contact met buiten is maximaal, indachtig zijn in Afrika ontstane verlangen om zoveel mogelijk in de openlucht te leven. Datzelfde geldt ook voor dit huis nr. 24

In de periode 1966-1967 werd een verbouwing uitgevoerd, naar ontwerp van Haan in opdracht van W.B. Knoops. Aan de noordwestzijde zijn naast het hoofdvolume een hellingbaan en een ondergrondse garage bijgebouwd; aan de zuidoostzijde is helaas,  helaas, het terras onder de woonkamer bij de woning getrokken en ingericht tot slaapkamers. Door die laatste ingreep is het welhaast zwevende karakter van het huis helaas teloorgegaan.

Ook door het vele groen dat in de loop der jaren is opgeschoten, is weinig meer van het prachtige ontwerp te zien, maar dat geldt uiteraard voor de meeste huizen. Daarnaast is het plaatsen van hoge heggen en hekken de laatste jaren daaraan ook debet geweest.

 

Toch maar weer iets uit de architectonisch beschrijving.

Het hoofdvolume van ongeveer 11,5 bij 13 meter, is opgebouwd uit twee, haaks in elkaar geschoven rechthoekige volumes, van twee bouwlagen, dat wordt afgesloten door een plat dak.  Centraal element in de plattegrond van de verdieping is de entresol met zicht op de vide. Aan de noordoostzijde van de overloop zijn keuken, bijkeuken en een balkon gesitueerd. Aan de zuidwestzijde liggen de woonkamer en een balkon.

De gevels van de slaapvertrekken op de begane grond zijn vrij gesloten ontworpen, in tegenstelling tot die van hal met de vide en de keuken en woonkamer op de eerste verdieping die meer open zijn, met zichtlijnen naar de tuin, plantsoen en plas.

De gevels van de woning zijn over het algemeen opgebouwd als een afwisselend beeld van vlakken en lijnen. De zelfstandige elementen van de woning worden zichtbaar gemaakt door geprononceerde materiaal-, vorm-, kleur-, en textuurcontrasten. Elementen als baksteen muurvelden, natuurstenen paden, ranke balkonhekjes, roodgeschilderde H-balk, uitkragende dakplaat, en grote spiegelende glasvlakken, vormen een driedimensionale, asymmetrische compositie en een gedifferentieerd overgangsgebied tussen interieur en exterieur van de woning. Voor de baksteenvelden is een helder gele verblendsteen toegepast, in halfsteens verband opgemetseld. Kozijnen zijn over het algemeen van hout en witgeschilderd met hele smalle donkere stalen raamlatten: de dagkant werkt ruimtelijk doordat deze vrij breed is.

De zuidwestgevel vormt de straatgevel, met een zichtlijn naar de plas. Deze gevel wordt door een balkon op de verdieping in tweeën geleed. Op de verdieping vormt de pui de kozijnwand van de woonkamer. Voor deze pui is een balkon over de gehele breedte en aan de bovenzijde een uitkragende dakplaat. Aan de rechterzijde wordt de pui met het venster afgesloten door twee staande platen, aan de linkerzijde door een deur. Op de begane grond is links een muurveld en rechts een bandvenster met een borstwering. Voor het muurveld is een buitentrap met een balkon dat links uitkraagt. Aan de rechterzijde staat  tegen de gevel een rode vertikale H-balk doorlopend over de beide bouwlagen.

 

Over het interieur kan gezgd worden dat de hal over twee verdiepingen doorloopt. De woonkamer loopt zonder wand over in de entresol, slechts gescheiden door een brede trap. In het interieur zijn de binnenpuien vormgegeven als gegroepeerde clusters van ramen, vast glas en deuren, die sterk contrasteren met egale baksteen muurvelden die in hetzelfde halfsteens verband zijn opgemetseld van de licht gele verblendsteen die ook in het exterieur is toegepast. In de woonkamer is een lange vaste kastenwand rechts naast de schouw en open haard. De binnentrap van hal naar entresol is van uitkragende houten traptreden die in het muurveld zijn ingemetseld. Entresol en trap zijn voorzien van een rank metalen hekwerk met een railing die afgewerkt is met kunststof. De vloer van hal is betegeld met de lichtgekleurde flagstones die ook als pad en terras in de tuin zijn toegepast.

 

Heel bijzonder is de vijver die van buiten onder een glaswand verder doorloopt in de hal. Dat geeft de mogelijkheid de goudvissen ook te stofzuigen.

Genoeg over dit prachtige huis.

 

Als we ons weer 180 graden draaien dan zien wij rechts van de lage huisjes een grijze botenloods die illegaal is neergezet en waarvoor een bevel tot afbraak gegeven is.

Rechts daarvan is nog een stukje open terrein te vinden met zicht op de Plas. Ook dat zicht is in de loop der jaren steeds minder geworden. De landjes langs de Plas zijn gewilde objecten en eigenaars doen er tegenwoordig alles aan om het zicht op hun bezit te ontnemen. Kort geleden zijn bovendien weer diverse procedures in gang gezet tegen de bebouwing van de landjes en de legalisering daarvan.

 

23

Wij slaan het huis nr. 23 over en kijken naar villa nr. 22.

22

Dit huis is gebouwd in de periode 1956-1958 naar een ontwerp van de architecten J.W.C. Boks en M. Kuijper. Het bureau van Boks brak na de Tweede Wereldoorlog door, onder andere met opdrachten voor de wederopbouw van de Rotterdamse binnenstad. Het Bouwcentrum aan het Weena is een van zijn bekendste werken. Dit huis is gebouwd in opdracht van een Rotterdamse ondernemer, de heer Wagschal, die internationaal handelde in huiden (leer). Het architectonisch ontwerp en de zorgvuldige uitvoering van het woonhuis sluiten aan bij het overige werk van Boks.

 

Uit de archeologische typering het volgende:

De villa is opgebouwd uit een rechthoekig, twee bouwlagen tellend hoofdvolume van ongeveer 23 bij 12 meter, dat wordt afgesloten door een plat dak, en ligt met de lengterichting evenwijdig aan het plantsoen. Het in robuust materiaal uitgevoerde rechthoekige hoofdvolume wordt doorbroken door diverse inpandige bordessen en balkons en een kleine uitbouw voor een trap en een portaal aan de achterzijde. Centraal in de zuidwestgevel ligt de hoofdentree van de woning met buiten een breed portaal en binnen een hal met een ovaalvormig gebogen trap. Ter linkerzijde van deze hal zijn een garage en een bergruimte, ter rechterzijde zijn een garderobe met toilet, werkkamer en een bergruimte. Zowel naast de garage als ter weerszijde van de werkkamer zijn inpandige bordessen. Centraal in de plattegrond van de eerste verdieping ligt een overloop met een ovaalvormige trap. De verdieping is in drie delen onderverdeeld. Het middendeel bestaat uit een balkon aan de zuidwestzijde, een centraal gesitueerde hal met de hoofdtrap, en een keuken aan de noordoostzijde. Ter linkerzijde van deze middenbeuk liggen een woonkamer, eetkamer en twee bijkamers en een inpandig balkon, ter rechterzijde zijn een hal en een gang met een toilet en douche, twee slaapkamers, een bergruimte, en een hoofdslaapkamer met bergruimte, badkamer en een inpandig balkon gesitueerd.

 

Deze villa kent ook trekken die terug te vinden zijn in ontwerpen van Le Corbusier, bijvoorbeeld in het door hem ontworpen Villa Savoye komt exact dezelfde grondvorm terug.

Ook dit huis is verbouwd. Oorspronkelijk had het huis in het middengedeelte een vaste trap naar de eerste en woonverdieping. Deze is verwijderd en vervangen door een inpandige spiltrap.

Thans staat het huis leeg, nadat de bewoonster vorig jaar op zeer hoge leeftijd is overleden.

Het huis verkeert in een slechte staat en momenteel worden de eerste voorbereidingen getroffen voor een grootscheepse verbouwing en restauratie.

Kenmerkend jaren 50/60 detail is nog de Nederland 1 en 2 antenne die op het dak staat.

 

Wij passeren het witte huis op de hoek van de Mesdaglaan, dat

15

evenals het huis op de andere hoek van de Mesdaglaan in een traditionele stijl is gebouwd. Deze huizen zijn de eerste huizen die na de oorlog aan het Beatrixplantsoen zijn gebouwd.

14

Dat geldt ook voor het kleinere huis met het puntdak. Opmerkelijk is dat dit huis tezamen met het huis rechts daarvan aanvankelijk op een kavel zijn gebouwd, zodat van gemeentewege de eis werd gesteld dat beide huizen door een muur met elkaar verbonden zouden worden. Dat is nog steeds het geval.

 

(Verder doorlopen)

12

Wij komen nu terecht bij het huis nummer 12, een voorbeeld van hoe het ook anders kan. Dit huis is een aantal jaren geleden gebouwd in een stijl die ook in Duivesteijn niet zou misstaan en, naar gezegd wordt, heeft de bouw van dit huis aanleiding gegeven het karakter van de wederopbouwarchitectuur langs het plantsoen zoveel mogelijk te bewaren door aanwijzing van een aantal panden als gemeentelijk monument.

10

Dat geldt ook voor het volgende huis nr. 10, dat helaas door de begroeiing slecht zichtbaar is.

 

Dit huis, gebouwd in de periode 1955-1956, is ook ontworpen door Groosman. Opdrachtgever van het pand was L.C.M. van Stokkum, directeur van Van Stokkum’s natuursteenhandel Rotterdam, die slechts een half jaar in het woonhuis heeft gewoond. Mevrouw Van Stokkum was een rasamsterdamse, die niet bleek te kunnen aarden in Rotterdam. Daarna kwam de woning in bezit van Groosman zelf die er zijn verdere arbeidzame leven met zijn gezin zou wonen.

 

hsr_10Uit de architectonische beschrijving het volgende:

De villa is opgebouwd uit een rechthoekig, twee bouwlagen tellend hoofdvolume van ongeveer 8,5 bij 19 meter dat wordt afgesloten door een plat dak. Aan de zuidwestzijde liggen een garage, in de vorm van een dwars op het hoofdvolume geplaatste bovengrondse uitbouw in een bouwlaag, en een grotendeels ondergrondse kelder. Het pand ligt op een verhoogd talud.

De entreepartij is te vinden aan de noordwestzijde.

De twee zijgevels en de achtergevel vormen een vrij gesloten schil, terwijl de voorgevel, die meer open is, met zichtlijnen georiënteerd is op de plas. De woon- en werkkamer liggen op de eerste verdieping met uitzicht over de verhoogd liggende strekdam richting plas. Deze opzet wordt in de vormgeving van de gevels benadrukt. Er is een groot visueel contrast tussen muren, die op zichzelf lijken te staan, en ogenschijnlijke vliesgevels.

De zuidwestgevel wordt aan beide zijkanten afgesloten door twee wit geschilderde muren. Het voorvlak van de donkere daklijst die de langsgevel aan de bovenzijde afsluit, ligt teruggeschoven en is lager dan de dekplaat van de zijmuren. Doordat de zijmuren naar voren, richting plas zijn doorgetrokken, in een afwijkend materiaal zijn uitgevoerd, en iets hoger zijn dan de langsgevel komen ze over als vrijstaande schijven. De muur van de noordwestgevel volgt de sterk vooruitgeschoven positie van de garage en vormt een zijwand van het terras op het dak van de garage. Vijf smalle metalen kolommen ondersteunen de daklijst die uitkraagt ten opzichte van de pui op de eerste verdieping, en brengen regelmaat en ritmiek aan in het gevelbeeld dat door garage, haard en trap asymmetrisch is. De vier meest rechtse kolommen lopen net voor de rand van balkonvloer en voor de pui van de begane grond door tot op het maaiveld, de vijfde kolom rust op het dak van de garage.

Het pand is met het hoofdvolume geplaatst op een talud en heeft een eveneens verhoogd toegangspad dat hoofdentree en garage met de openbare weg verbindt.

De kelder ligt half ondergronds, half bovengronds en heeft een dak dat is ingericht als terras en is afgedekt met rode zandsteen (uit het Wezergebied).

8

Over het naastgelegen huis Prinses Beatrixplantsoen 8valt alleen te zeggen dat het ontworpen is door ir. F.C.J. Dingemans, die veel ontwerpen in Maastricht heeft vervaardigd en dat het een aantal jaren geleden fraai is gerenoveerd en in een bijzondere kleurstelling is geschilderd.

 

(Wij steken de Thorn Prikkerlaan over en blijven op het trottoir)

6,7

Het appartementencomplex op de hoek van de Thorn Prikkerlaan, gebouwd op de plaats waar eerst ’t Kwint, een woongemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking te vinden was, kunnen we gevoeglijk overslaan.

 

Genummerd Van Ballegooijsingel

Als wij doorlopen komen wij aan een appartementencomplex, genaamd Huizen Grotenboom van Os. Het ontwerp is van de architect Cornelis Elffers.

Het bevat twee woonlagen, die in twee vleugels en een hoofdgebouw om een aan

een zijde open binnenhof liggen, een 39-tal tweepersoons- en 3 eenpersoonswoningen. Eigenaresse is nog steeds de  'Stichting van Burgerwoningen voor On- en Minvermogende Lidmaten van de Nederduitsche Hervormde Gemeente te Rotterdam'. Deze Stichting

werd gesticht bij testament van 2 december 1896 van mevrouw Cornelia Aletta Petronella Grootenboom van Os- Drost. Hetgeen u hier ziet kwam in 1953 in de plaats van de oorspronkelijke huizen die zich bevonden aan de Goudsestraat, maar die op 14 mei 1940 als gevolg van het bombardement zijn verdwenen. Van de 93 bewoonsters hebben toen 3 het leven gelaten. Van het Hofje was niets meer over, het enige dat van waarde werd terug gevonden was een klomp zilvergeld ter waarde van 270 gulden.

Nog steeds wordt het bewoond door dames die aan de criteria, zoals in de naam van de Stichting terug te vinden zijn, kunnen voldoen.

 

(Een halve slag draaien, te ver ???)

 

Aan de overkant van de Streksingel ziet een aantal kleine huisjes, met links ervan het huis Sonnenvanck dat in de twintiger jaren in opdracht van de heer Dehnert werd gebouwd. De heer Dehnert en zijn nazaten bezaten jarenlang de bekende stoffengroothandel Deja in het groothandelsgebouw. Op de plaats avn het pand rechts daarvan stond oorspronkelijk een gebouwtje van gelijke afmeting, bestaande uit twee huisjes, waarin de heer Oranje, de laatste beroepsvisser op de Plas heeft gewoond. De oude huisjes bleken niet meer te redden, zodat met gebruikmaking van de oude stenen dit nieuwe huis werd gebouwd.

 

(Stoppen)

 

 

 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen